Via een kijkoperatie= laparoscopische ingreep plaatst de chirurg een siliconen bandje rond de bovenkant van de maag, net onder de slokdarm. Het bandje is verbonden met een leiding en een poort. Aan de binnenzijde van het bandje zit een ballonnetje waarin de arts via de poort een zoutoplossing inspuit. Op die manier past hij de diameter van het bandje aan. Het siliconen bandje verdeelt de maag in twee : een klein deel bovenaan, wordt ook de pouch genoemd en een groter deel onderaan van de maag. De pouch heeft een inhoud van ongeveer 10 à 20 cc. Het voedsel komt eerst in de kleine pouch terecht en gaat slechts langzaam verder naar het onderste deel van de maag. Zo hebt u sneller en langer een gevoel van verzadiging. Eet u te veel of te snel, dan moet u braken. 15 cc komt overeen met de hoeveelheid van een kippenei. Het plaatsen van een maagring kan niet aanzien worden als een gemakkelijkheidoplossing, het is niet alleen de chirurg die werkt, het vergt een aanpassing van de voedingsgewoontes, zoniet zal er geen vermagering optreden.

Voorwaarden voor de ingreep
- Minstens 18 jaar, tot en met 65 jaar
- BMI hoger dan 40 kg/m² of BMI hoger dan 35 kg/m² met diabetes, hypertensie of slaapapneu
- Volume eter zijn
- Geen snoeper zijn, geen frisdrank drinken of alcoholverslaving hebben
- Niet zwanger zijn
- Goedkeuring krijgen door de psychiater of psychologe, door de endocrinoloog of gastro-enteroloog en de chirurg.
Deze ingreep staat een zwangerschap niet in de weg, in tegendeel, meestal is de vrouw vruchtbaarder en zijn er minder complicaties tijdens de zwangerschap als de patiënte niet meer obees is. Het is wel niet aangeraden zwanger te worden tijdens de vermageringsfase, dus in de eerste 12 maanden na de ingreep.
Voordelen van de ingreep
- De ingreep wordt laparoscopisch uitgevoerd, wat minder ingrijpend is en waardoor er minder kans is op een wondbreuk ten gevolge van de incisie. Bovendien blijft de ziekenhuisopname beperkt tot een 3-tal dagen.
- Het is een relatief eenvoudige ingreep, waardoor er weinig peroperatoire (tijdens de ingreep) complicaties ontstaan.
- Het plaatsen van een maagring is omkeerbaar, het ballonnetje in de maagring kan via de poort aangepast worden door de chirurg of gelost worden, de maagring zelf kan verwijderd worden.
- Maagring wordt vooral geplaatst bij volume eters. Er kan geen groot volume meer gegeten worden.
Nadelen van de ingreep
- De ingreep is niet aangewezen bij snoepers. U kan nadien immers blijven snoepen of calorierijke dranken innemen, waardoor u weinig of niets zal vermageren, tot zelfs weer bijkomen in gewicht. De calorieën die worden opgegeten worden opgenomen
- Bij patiënten met een maagbreuk (hiatale hernia) is de ingreep niet geschikt
- Patiënt moet zich strikt aan de voorgeschreven eetregels houden. Daarom is de ingreep minder geschikt voor psychisch belaste personen
- Restaurantbezoek is moeilijk, als je maar een inhoud van een 15 cc kan eten
- Mogelijke complicaties op lange termijn:
- Het maagbandje verschuift, inhoud van de maag wordt groter, waardoor u niet of weinig zal vermageren
- Een maagbandinfectie waardoor het bandje moet verwijderd worden
- Erosie door het bandje door de maagwand (= doorgroeien door de maagwand)
- Lekkage aan de inspuitpoort waardoor de chirurg moet ingrijpen
- Gastric pouch dilatatie : de pouch zet uit en wordt door het bandje afgesnoerd
- Frequent braken met een slokdarmontsteking tot gevolg
Resultaten
Meestal vermagert de patiënt 0 à 10 kg in de loop van de 4 weken volgend op de ingreep. Verdere gewichtsdaling verloopt geleidelijk: zo’n 2 à 3 kg per maand tot 25 à 32 kg na 6-12 maanden. Nadien gaat het vermageren langzamer maar houdt gemiddeld 12 tot 18 maanden aan. Nadien stabiliseert het gewicht.
5 tot 15 % van de patiënten behalen niet het gewenste gewichtsverlies. De oorzaak hiervan is meestal te wijten aan onvoldoende dieetinspanning. Het kan zijn dat de patiënt zijn eetpatroon heeft aangepast en overgegaan is naar het innemen van meer vloeibaar hoog calorisch voedsel of suikers. Dit remt het bandje niet af, aangezien het voedsel er gemakkelijk doorglijdt. Het is aanbevolen, het bandje zo zuinig mogelijk op te spuiten (enkel indien absoluut noodzakelijk) om zo vooral te vermageren door aangepast voedingspatroon.
Het bandje is na de ingreep nog niet opgeblazen, dit gebeurt ten vroegste na 1 maand, maar het bandje op zich is in het begin al voldoende om een belemmering van voeding teweeg te brengen.
Voeding
Verander uw eetgedrag
Het slagen van de ingreep hangt vooral af van het eetgedrag na het plaatsen van een maagband. Vooral de eerste weken na het plaatsen van een bandje is de voeding belangrijk. Het bandje moet namelijk goed vastgroeien, zodat het niet meer kan verschuiven. Als er door de patiënt bijvoorbeeld een hele boterham eet, moet die kleine maag (pouch) teveel uitrekken, krijgt de patiënt pijn en moet die zelfs braken.
Dit betekent dat de hoeveelheid voedsel die de patiënt per maaltijd kan gebruiken, beperkt is. Het volheidgevoel zal dan ook snel optreden. Patiënt moet daar dan ook rekening mee houden: genoeg is genoeg. Dit volheidgevoel is niet hetzelfde als een verzadigingsgevoel. De patiënt zal in het begin waarschijnlijk wel nog zin hebben om verder te eten. Dit is echter niet de bedoeling. Het is bijgevolg uiterst belangrijk dat de patiënt het volheidgevoel snel leert herkennen en meteen ook stopt met eten. Daarom moet de patiënt ook heel traag eten.
Tips voor de patiënt
- Eet rustig en traag
- Neem een correcte houding aan en zit mooi rechtop
- Vermijd stress tijdens de maaltijd, ga geen discussies aan
- Neem kleine hoeveelheden
- Kauw heel goed
- Gebruik geen drank tot ½ uur voor de maaltijd en na de maaltijd, dit vult uw pouch op en u kan minder, moeilijker eten met braken tot gevolg
- Drink traag tussen de maaltijden en neem kleine slokjes
- Geen bruisende dranken innemen
- Stop met eten of drinken van zodra u een ‘vol’ gevoel hebt, meer eten of drinken zal misselijkheid of braken veroorzaken
- Breng voldoende variatie in de voeding
Voedingsmiddelen die moeilijk verteren zijn
- Vers brood
- Gebakken, gestoofd, gebraden, gepaneerd vlees (dit bevat veel bindweefsel)
- Voedingsmiddelen met veel pitten en vezels, zoals noten en citrusvruchten
- Vezelrijke groenten zoals spinazie
- Rauwe groenten : slechts geleidelijk aan inschakelen
- Champignons
Voedingsmiddelen die meestal goed verdragen worden
- Toast
- Beschuiten, geroosterd brood
- Oudbakken brood
- Gevogelte zonder vel en goed fijn gemaakt, zoals wit van kip, kalkoen
- Filet americain puur, gehakt
- Alle soorten gekookte groenten, gepureerde groenten
- Gekookte deegwaren
- Zacht rijp fruit
- Aardappelpuree
- Eieren in alle vormen (gekookte eieren wel goed pletten) wel maximum 2 eieren/week
- Smeerkaas, witte kaas, gesmolten kaas
- Vis wordt beter verdragen dan vlees
Gebruik alles in kleine hoeveelheden.
Te vermijden
- Vetten. Zij leveren tweemaal zoveel energie op als eiwitten en koolhydraten (suikers)
- Te veel vet vertraagt de maaglediging en kan aanleiding geven tot brandend gevoel, maagzuur
- Gebruik bij voorkeur een zachte minarine of margarine van plantaardige oorsprong
- Vermijd suikers, zoetigheden onder de vorm van ijs, chocolade. Het zal makkelijk passeren, maar zal het afvallen belemmeren. Gebruik zo nodig kunstmatige zoetstof
- Gebruik geen laxantia(medicatie om stoelgang te bevorderen) op eigen initiatief. Als u toch iets nodig hebt, vraag dan raad aan uw arts
- Gebruik geen gesuikerde fris- of energiedranken: die bevatten veel calorieën
- Ketchup, pickles, mosterd kunnen beperkt gebruikt worden
- Eet geen tussendoortjes, houd u aan het “driemaaltijden patroon” (morgen, middag en avond)
